Bestrijdingsmethoden

Afdekken van de groeiplaats

Afdekken van de groeiplaats
(9 locaties)

De methode...
Voorafgaand aan het groeiseizoen worden de populaties afgedekt met afdekmateriaal met daarop een grondkolom. Voor de afdekking worden verschillende materialen gebruikt van voldoende zware kwaliteit, zodat wordt voorkomen dat de jonge scheuten van duizendknoop er doorheen prikken. Uit diverse experimenten is bijvoorbeeld gebleken dat de scherpe punten van duizendknoop vrij gemakkelijk door landbouwplastic heen kunnen prikken. Er wordt geëxperimenteerd met waterdoorlatend materiaal. Het nadeel van niet-waterdoorlatend materiaal zoals antiworteldoek is namelijk dat hier water op kan stagneren, waardoor het geheel kwetsbaarder kan worden. Het voordeel is echter dat dit plastic meer verstikkend is dan waterdoorlatend materiaal. Om te voorkomen dat de scheuten van duizendknoop het materiaal onder grote spanning zetten en om het afdekmateriaal te maskeren, wordt een laag grond van 40 cm op het afdekmateriaal aangebracht. De opgebrachte grond moet vanzelfsprekend geen wortelstokken van duizendknoop bevatten! Omdat duizendknoop de eigenschap heeft dat worteluitlopers tot zeker drie meter vanaf een bestaande populatie kunnen opkomen, moet het afdekmateriaal minimaal vier meter vanaf de rand van de populatie beginnen. Er zullen eventueel rondom de af te dekken populatie enkele proefboringen worden gedaan om nader te bepalen hoe ver de wortelstokken zijn verspreid.
Ervaringen...
Het afdekken bleek minder simpel dan van te voren wellicht zou worden verwacht. Er was rekening gehouden met problemen als gevolg van de aanwezigheid van bomen of andere obstakels en bij verharding. Daarom zijn die zo veel mogelijk vermeden. Daar waar dit niet mogelijk was bleken de verwachte problemen inderdaad op te treden.

Er zijn twee typen materiaal toegepast (Terram 4500 en Terram 9000) waarvan met name het dunne type (Terram 4500) gevoelig bleek voor scheuren als gevolg van achtergebleven oude stobben op de groeilocatie, ondanks nauwkeurige controle. Het verdient dan ook aanbeveling de bovenlaag van de groeilocatie, die zal worden afgedekt, goed te egaliseren of er een dunne laag grond op aan te brengen alvorens het doek te plaatsen. Verder is het rijden met machines op het afdekmateriaal zeer af te raden. Tussen verschillende stroken doek en ook langs de randen van de groeilocatie dient een ruime overlap te worden aangehouden. Bij een kleine overlap blijkt de duizendknoop namelijk gemakkelijk tussen twee stukken doek door te groeien. Ook is het aan te raden de begrenzing van de groeilocatie aan het eind van het groeiseizoen voorafgaand aan het aanbrengen van het afdekmateriaal goed te markeren, zodat daadwerkelijk de gehele locatie wordt afgedekt en er rondom een voldoende grote buffer wordt aangebracht.

Op basis van de resultaten uit de monitoring in 2014 van de afgedekte groeilocaties bij Waterschap Hunze en Aa’s is besloten deze locaties opnieuw af te dekken. Tijdens de eerste ronde bleek de gehnteerde werkwijze te leiden tot gaten in het afdekmateriaal en groei van duizenknoop door de naden. Op basis van deze ervaring is de werkbeschrijving aangepast en zijn de drie groeilocaties in de winter 2014/2015 opnieuw afgedekt. De monitoring in 2015 van deze locaties heeft laten zien dat het afdekmateriaal nu zijn werk wel doet.

Afdekken in de praktijk Afdekken in de duinen betekent dat er rekening gehouden moet worden met verstuiven van het zanddek Rijden met machines op het afdekmateriaal wordt ten zeerste afgeraden Obstakels leveren bij het afdekken problemen op Bij te weinig overlap groeit de duizendknoop tussen de naden door

Intensief maaibeheer

Intensief maaibeheer
(52 locaties)

De methode...
Bij deze methode worden locaties met duizendknoop frequent gemaaid gedurende het groeiseizoen. Diverse onderzoekers trekken de conclusie dat maaien alleen als bestrijdingsmethode weinig kans op succes biedt. In de uitgevoerde onderzoeken en praktijkexperimenten heeft men zich echter beperkt tot één tot vier keer maaien per groeiseizoen en in een enkel geval is er tot maximaal 10 keer gemaaid. Ook heeft men dit vaak slechts één tot twee seizoenen volgehouden. Natuurmonumenten heeft positieve resultaten geboekt in een boomgaard nabij Winterswijk door gazonbeheer uit te voeren. Ook op andere plaatsen zijn er resultaten geboekt die erop wijzen dat zeer frequent maaien gedurende het groeiseizoen een geschikte bestrijdingsmethode kan zijn, mits dit meerdere jaren wordt volgehouden. Op basis van deze gegevens wordt gevarieerd met 3 maaifrequenties, namelijk eens per week, eens per 2 weken (circa 12x per groeiseizoen) en eens per 4 weken (circa 6x per groeiseizoen) maaien.
Ervaringen...
Afgezien van enkele uitzonderingen geeft maaien over het geheel genomen tot nu toe geen positief resultaat. In het eerste jaar van bestrijding is het aantal stengels op alle locaties zeer sterk toegenomen. De groeikracht lijkt hierbij niet af te nemen. Ook zijn er indicaties dat de horizontale verspreiding van de wortelstokken, en daarmee de omvang van de duizendknooplocaties, sterker groeit bij intensief maaibeheer ten opzichte van niet maaien of extensief maaibeheer. In de jaren volgend op het eerste groeiseizoen blijft het aantal stengels zeer hoog. Er zijn daarbij slechts kleine verschillen tussen de drie maaifrequenties. Bij tweewekelijks maaien is er sprake van wisselend beeld in af- of toename van het aantal stengels na drie groeiseizoenen, (figuur 1). In figuur 2 is te zien dat bij vierwekelijks maaien het aantal stengels overal toeneemt. Bij beide intensiteiten neemt de groeikracht niet zichtbaar af, zo melden de deelnemers aan de praktijkproef. Bij wekelijks maaien, wat op een zeer beperkt aantal locaties wordt uitgevoerd, is het aantal stengels wel afgenomen. Zoals op foto 2 te zien is, blijven er nieuwe stengels opkomen, maar deze worden al zeer snel weer afgemaaid. Omdat de plant echter geen kans krijgt volwaardige stengels te vormen, valt niet vast te stellen of de groeikracht is afgenomen.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 10 locaties in de praktijkproef waar tweewekelijks gemaaid wordt.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 10 locaties in de praktijkproef waar tweewekelijks gemaaid wordt.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 18 locaties in de praktijkproef waar vierwekelijks gemaaid wordt.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 18 locaties in de praktijkproef waar vierwekelijks gemaaid wordt.
Gedurende het groeiseizoen komen bij wekelijks maaien nog maar weinig stengels op.
Gedurende het groeiseizoen komen bij wekelijks maaien nog maar weinig stengels op.

Bladbehandeling met glyfosaat

Bladbehandeling met glyfosaat
(9 locaties)

De methode...
Bij deze methode zullen de stengels op een locatie met duizendknoop tweemaal per groeiseizoen worden afgemaaid, waarna twee weken later bladbehandeling plaatsvindt met een glyfosaat. De toepassing vindt eind juni en eind augustus plaats. Bladbehandeling vindt plaats via verneveling met een professionele rugsproeier met regelbare sproeikop. Er wordt ongeveer 7 g glyfosaat/liter gebruikt, wat neerkomt op 1,5 à 2 % verdunning.
Ervaringen...
Op de meeste locaties waar bladbehandeling met glyfosaat wordt toegepast, is een afname in het aantal stengels te zien (figuur 3). Nadat in het eerste groeiseizoen van de praktijkproef op vrijwel alle locaties een afname in de groei is waargenomen, is dit in 2015 gemiddeld genomen stabiel gebleven ten opzichte van 2014. Op steeds meer locaties is er sprake van de vorig jaar reeds gemelde ‘dwerggroei’, waarbij er zeer veel stengels in kleine pollen opkomen met veel kleine langwerpige bladeren, zie afbeelding 5. Mogelijk heeft dit een negatief effect op volgende behandelingen, aangezien het bladoppervlak afneemt en het bespuiten hiervan moeilijk is. Zoals in de methode binnen de praktijkproef omschreven, is het belangrijk ongeveer twee weken voorafgaand aan bladbehandeling duizendknoop te maaien, zodat deze een beperkte en werkbare hoogte heeft op het moment van uitvoering van de bestrijding. Op afbeelding 6 is te zien dat hogere stengels van duizendknoop minder goed reageren op bladbehandeling met glyfosaat.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 12 locaties in de praktijkproef waar bladbehandeling met glyfosaat wordt uitgevoerd.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 9 locaties in de praktijkproef waar bladbehandeling met glyfosaat wordt uitgevoerd.
‘Dwerggroei’ bij Boheemse duizendknoop in het derde groeiseizoen met bladbehandeling.
‘Dwerggroei’ bij Boheemse duizendknoop in het derde groeiseizoen met bladbehandeling.
Het effect van bladbehandeling met glyfosaat is aanzienlijk minder als deze wordt uitgevoerd bij te hoge stengels.
Het effect van bladbehandeling met glyfosaat is aanzienlijk minder als deze wordt uitgevoerd bij te hoge stengels.

Stobbenbehandeling met glyfosaat

Stobbenbehandeling met glyfosaat
(13 locaties)

De methode...
Bij deze methode worden op de locatie twee keer per groeiseizoen de stengels afgemaaid en de snijvlakken (de ‘stobben’) bespoten of ingesmeerd met glyfosaat. De behandelingen vinden eind juni en eind augustus plaats. Er wordt gemaaid én op dezelfde dag worden de verse snijvlakken ingesmeerd met glyfosaat met behulp van een kwast. De mengverhouding is 18 g glyfosaat per liter, wat neerkomt op een 4 à 5 % verdunning.
Ervaringen...
Bij stobbebehandeling met glyfosaat is dezelfde ontwikkeling zichtbaar als bij bladbehandeling. Nadat na het eerste jaar van bestrijding het aantal stengels sterk was afgenomen, stabiliseerde dit van het tweede naar het derde groeiseizoen. Op vrijwel alle locaties nam het aantal stengels af (figuur 4). De afbeeldingen 7 en 8 laten voor twee locaties het positieve effect van de bestrijding zien.

De verschillen tussen de locaties zijn vrij groot. Dit wordt mogelijk verklaard door het verschil in uitvoering van de behandeling in het tweede en derde groeiseizoen. In het eerste groeiseizoen is overal met de spuit glyfosaat in het holle deel van de afgemaaide stengel gespoten. In de daarop volgende jaren zijn de stengels die nog opkomen vaak te dun om nog op deze manier te kunnen behandelen. Op een deel van de locaties is daarom de glyfosaat met een kwast op de afgemaaide stengel aangebracht. De rest van de locaties is opnieuw met de kwast behandeld.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 12 locaties in de praktijkproef waar stobbebehandeling met glyfosaat wordt uitgevoerd.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 12 locaties in de praktijkproef waar stobbebehandeling met glyfosaat wordt uitgevoerd.
Locatie nabij Hilvarenbeek, links voorafgaand aan de proef in 2013 en rechts in juli 2015, circa 4 weken na stobbebehandeling.
Locatie nabij Hilvarenbeek, links voorafgaand aan de proef in 2013 en rechts in juli 2015, circa 4 weken na stobbebehandeling.
Locatie nabij Esbeek, links voorafgaand aan de proef in 2013 en rechts in juli 2015, circa 4 weken na stobbebehandeling.
Locatie nabij Esbeek, links voorafgaand aan de proef in 2013 en rechts in juli 2015, circa 4 weken na stobbebehandeling.

Injecteren met glyfosaat(Bron: Waterschap Aa en Maas)

Injecteren met glyfosaat
(19 locaties)

De methode...
Bij deze methode worden de stengels op een locatie met duizendknoop éénmaal per groeiseizoen geïnjecteerd met glyfosaat. De behandeling vindt begin augustus plaats. Uit ervaring in Duitsland blijkt dit het meest ideale moment, omdat de plant alle energie reeds in de groei en bloei heeft gestoken. De energie voor hergroei is daardoor beperkt en de plant krijgt de grootste klap. Een bijkomend voordeel is dat er, indien nodig, in hetzelfde groeiseizoen nogmaals kan worden teruggekomen om eventuele gemiste stengels alsnog te behandelen. Ook krijgt eventueel aanwezige andere vegetatie de kans zich in hetzelfde groeiseizoen uit te breiden of te vestigen. Alle stengels dienen te worden geïnjecteerd met 2,5 tot 4 ml glyfosaat (70% oplossing) per stengel, afhankelijk van de dikte van de stengels. Dikke stengels krijgen vanzelfsprekend een grotere dosis dan dunnere stengels. De exacte benodigde hoeveelheid per stengel van een bepaalde dikte is moeilijk vooraf te geven. Dit zal in het begin even een kwestie van ‘trial and error’ zijn. De plek van injectie is net onder de tweede of derde knoop van de stengel, zodat het glyfosaat in het segment komt te staan en zich van daaruit verspreidt.
Ervaringen...
Het beeld van de bestrijdingsmethode waarbij de stengels worden geïnjecteerd met glyfosaat is nog altijd zeer positief. In figuur 5 is het aantal stengels weergegeven in 2013 en 2015. Op al deze locaties is het aantal stengels sterk afgenomen. De deelnemers aan de proef melden ook dat de groeikracht sterk is afgenomen. Omdat injecteren in opvolgende jaren na initiële bestrijding niet mogelijk is vanwege de beperkte dikte van de nog opkomende stengels, worden deze uitgestoken of getrokken.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 11 locaties in de praktijkproef waar de stengels zijn geïnjecteerd met glyfosaat.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 11 locaties in de praktijkproef waar de stengels zijn geïnjecteerd met glyfosaat.
Injectieapparaat, waarmee tussen de tweede en derde knoop glyfosaat in het holle deel van de stengel wordt geïnjecteerd.
Injectieapparaat, waarmee tussen de tweede en derde knoop glyfosaat in het holle deel van de stengel wordt geïnjecteerd.

Bladbehandeling met Ultima

Bladbehandeling met Ultima
(15 locaties)

De methode...
Bij deze methode vindt er over de gehele oppervlakte van de groeilocatie van duizendknoop eens per drie weken gedurende het groeiseizoen bladbehandeling plaats met het middel Ultima vanaf begin mei (totaal circa 9x per jaar). Voor de toepassing van het middel wordt gebruik gemaakt van een rugspuit met afschermkap of een motor aangedreven spuit met spuitlans uitgerust met een enkele spuitdop en afschermkap. Het middel dient in een verhouding van 1 op 6 te worden gemengd met water.
Ervaringen...
Het effect van bladbehandeling met Ultima op duizendknoop blijft zeer onzeker. Zoals in figuur 6 te zien is, zijn de ontwikkelingen in het aantal stengels tussen 2013 en 2015 zeer divers. Een aantal deelnemers aan de praktijkproef meldt echter dat de effecten in groeikracht goed zichtbaar zijn en dat er steeds minder middel nodig is per bestrijdingsronde. Afbeeldingen 10 en 11 tonen voorbeelden van succesvolle bestrijding.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 7 locaties in de praktijkproef waar bladbehandeling met Ultima wordt uitgevoerd.
Aantal stengels per m2 in 2013 en 2015 voor 7 locaties in de praktijkproef waar bladbehandeling met Ultima wordt uitgevoerd.
Locatie nabij Renkum waar bladbehandeling met Ultima wordt uitgevoerd. Links voorafgaand aan de proef in 2013 en rechts in mei 2015.
Locatie nabij Renkum waar bladbehandeling met Ultima wordt uitgevoerd. Links voorafgaand aan de proef in 2013 en rechts in mei 2015.
Locatie nabij Heveadorp waar bladbehandeling met Ultima wordt uitgevoerd. Links voorafgaand aan de proef in 2013 en rechts in juli 2015.
Locatie nabij Heveadorp waar bladbehandeling met Ultima wordt uitgevoerd. Links voorafgaand aan de proef in 2013 en rechts in juli 2015.

Afgraven

Afgraven
(geen locaties opgenomen)

De methode...
Over de gehele oppervlakte van de plek waar de duizendknoop staat, wordt alle grond waarin zich wortelstokken bevinden afgegraven. Er zal worden begonnen met graven in het midden van de groeilocatie. Allereerst zal hierbij een toplaag van circa 10 tot 20 cm worden afgegraven over de hele oppervlakte van de groeiplaats, waarbij er naar de randen toe wordt gewerkt. Er wordt dan steeds gekeken of er zich nog wortelstokken bevinden en er wordt pas gestopt wanneer er geen wortelstokken meer worden aangetroffen. Als duidelijk is tot waar de wortelstokken zich bevinden en dus de oppervlakte is bepaald, wordt er de diepte in gegraven. Er wordt dan zo diep gegraven tot er geen wortelstokken meer worden aangetroffen. Tijdens het graven van het gat wordt steeds de horizontale verspreiding van de wortelstokken in de gaten gehouden. Het kan namelijk zijn dat de dat de wortelstokken op bijvoorbeeld een halve meter diepte breder verspreid zijn dan aan de oppervlakte.

Begrazing

Begrazing
(2 locaties)

De methode...
Duizendknoop is eetbaar voor schapen, geiten, runderen en paarden. Dit geldt met name voor jonge scheuten, maar het is bekend dat bepaalde schapenrassen ook oudere stengels eten. Dieren hebben echter geen voorkeur voor duizendknoop en moeten “gedwongen” worden de soort te eten door ze binnen een raster te zetten met een beperkte oppervlakte met andere soorten. Bij deze methode worden Kempische heideschapen ingezet, die het eten van duizendknoop goed verdragen. De schapen grazen de duizendknoop drie keer per groeiseizoen kort af. De kudde wordt steeds voor een periode van 2 tot 3 dagen ingerasterd op een relatief klein stuk grasland met daarin een beperkte oppervlakte duizendknoop, zodat de schapen gedwongen worden dit binnen korte tijd af te grazen. Als de oppervlakte grasland een te groot aandeel duizendknoop bevat, moeten de schapen te lang gedwongen worden de duizendknoop te eten en dat kan ten koste gaan van de conditie van de schapen.

Het markeren van de proeflocatie met een bordje kan een middel zijn om verstoring tegen te gaan Natuurlijk kan duizendknoop ook tot mooie plaatjes leiden